Op vrijdag 25 september is in Lieshout de bevrijding van 1944 herdacht. De dorpsraad en leerlingen van kindcentrum de Sprankel hebben een bijeenkomst bij het oorlogsmonument in het Prinsenhof georganiseerd.
Voor degene die niet bij de bijeenkomst konden zijn of de tekst nog eens willen lezen onderstaand de integrale weergave:
Uitgesproken door Dhr. Louis Doomernik
(voorzitter van Heemkundekring ’t Hof van Liessent):
Bevrijding
Een dag om te vieren.
Een dag om te feesten.
Een dag van festivals,
van markten en braderieën.
Een dag van dankbaarheid ook
dat wij vrijheid kúnnen vieren.
Het vieren van de bevrijding
brengt ook verplichting met zich mee.
Het feest van de vrijheid
mogen én moeten wij doorgeven.
Dus als wij, na een dag van feesten, slapen gaan
wacht ons de dag daarna de opdracht
het feest voor de toekomst blijvend te borgen.
Dat doen we door vrijheid niet als vanzelfsprekend te zien.
Maar als iets dat we beschermen, elke dag weer.
In hoe we leven, hoe we kiezen,
hoe we spreken en hoe we anderen behandelen.
We borgen vrijheid
door ons uit te spreken tegen haat,
door bruggen te bouwen, geen muren.
Door ons open te stellen voor het verhaal van een ander,
zelfs als dat moeilijk is.
Door jongeren te betrekken bij het belang van herdenken én vieren.
We geven vrijheid door
in het klein:
een helpende hand,
een open gesprek,
een rechtvaardige keuze.
In het groot door op te staan tegen onrecht,
door solidair te zijn met wie vrijheid nog moet bevechten.
Bevrijding vieren
is méér dan terugkijken.
Het is vooruit durven kijken naar een wereld
waarin vrijheid voor iedereen werkelijkheid wordt.
Uitgesproken door de kinderen:
Vrij zijn
lk kan elke dag naar school of gaan sporten. lk heb alle vrijheid om te doen wat ik wil, maar dat is niet vanzelfsprekend.
Wat mij erg raakt,
is dat we heel goed weten hoe verschrikkelijk de oorlog is geweest, maar dat er tóch, ook op dit moment, weer nieuwe oorlogen aan de gang zijn.
Ook nu zijn er kinderen die moeten schuilen en die bang zijn. Natuurlijk kunnen we als kinderen die oorlogen niet stoppen, maar ik denk wel dat iedereen iets kan doen om de wereld een beetje beter te maken.
Vraag in je klas eens aan iemand hoe het gaat, geef je buurman een hand of bel je opa en oma een keertje extra.
Kijk gewoon wat meer naar elkaar om.
En als je vandaag niet zo goed weet aan wie of aan wat je precies moet denken, bedenk dan juist tijdens die twee minuten stilte eens
wat voor aardigs je voor iemand kunt gaan doen.